Wat is een haai?

Een haai is een heel bijzonder dier. Hoe hij er precies uit ziet en hoe hij in elkaar zit (anatomie) lees je op deze pagina. Ook lees je op deze pagina hoe een hij baby’s krijgt en op welke manier ze met elkaar praten, hoe ze ruiken, luisteren en kijken. We geven op deze pagina antwoord op de vraag: Wat is een haai?


Een haai is in eerste instantie een roofdier. Dat betekent dat ze voornamelijk vlees eten en dat ze hun voedsel vangen door actieve jacht. Haaien zijn dus niet afwachtend, maar gaan zelf op zoek naar eten. Ze zijn heel verschillend van elkaar. De kleinsten zijn ongeveer 20 centimeter en de grootste, de walvishaai, kan wel groter worden dan 15 meter. De meeste soorten haaien zijn kleiner dan 1 meter.

Alle haaien zijn kraakbeenvissen. Dit is een klasse onder de vissen. Het betekent dat hun lichaam alleen bestaat uit kraakbeen. Kraakbeen lijkt een soort bot, maar dan veel zachter en elastischer. Andere soorten vissen zijn de beenvisachtigen. Zij bestaan ook uit harde botten. Haaien worden gemiddeld tussen de 20 en de 30 jaar oud. Enkele soorten, zoals de walvishaai kunnen wel 100 jaar worden.

Anatomie van de haai

Wat een haai zo bijzonder maakt is zijn spitse snuit. Samen met de grote kaak en de indrukwekkende vinnen kan hij er angstaanjagend uit zien. Op deze spitse snuit zitten de ogen aan de zijkant. De neusgaten bevinden zich voor op de snuit. In de enorme kaak heeft hij meerdere rijen tanden. Sommige soorten doen maar 15 dagen met hun rij tanden. De tanden worden dus vaak vervangen. Daarom zijn zijn tanden altijd scherp.

Een haai heeft meestal vijf kieuwen, soms zijn het er meer. Met deze kieuwen kan hij zuurstof uit het water filteren. Zijn huid is heel ruw. Door de vele huidtandjes voelt dit net aan als schuurpapier.

In de meeste gevallen heeft dit dier een borstvin. Hiervan heeft hij er twee aan de zijkant van zijn buik, vlak achter de kieuwen. Deze vinnen gebruikt hij om te sturen. Op zijn rug heeft hij een eerste en een tweede rugvin. Deze rugvinnen gebruikt hij om zijn evenwicht te bewaren. Zonder deze vinnen zou hij niet rechtop kunnen zwemmen. Onder zijn buik zitten nog de buikvin en de aarsvin. De buikvin is bij een mannetje tevens zijn geslachtsorgaan. Achteraan de haai zit de staartvin. Een haai gebruikt de staartvin om snelheid te maken en zich dus voorwaarts te kunnen bewegen.  De verschillende soorten lijken vaak zo op elkaar dat ze soms alleen te onderscheiden zijn aan deze staartvin. Een leuk weetje is dat de lever bestaat uit een soort olieachtige vloeistof. Olie is lichter dan water. De samenstelling van zijn lever helpt hem om te blijven drijven. Een haai heeft verder heel bijzondere zintuigen.

Voortplanting haaien

Zoals hierboven al stond beschreven gebruikt een mannetjeshaai zijn buikvin voor de voortplanting. Met deze vin plaatst het mannetje sperma in het vrouwtje. Haaien kunnen baren op drie verschillende manieren. Door middel van eieren, zoals de kathaai en de hondshaai. Sommige soorten baren via eierlevendbarend. Dan worden de eieren al in het lichaam van het vrouwtjes uitgebroed. De derde manier is net al bij mensen. Dat is levendbarend. Dan ontwikkelt de embryo zich in het lichaam via een placenta. Wat bijzonder is, is dat sommige soorten haaien kunnen voortplanten zonder dat er een mannetje aan te pas is gekomen.  Dit heet parthenogenese.